En ineens stond juni voor de deur. Compleet onverwachts is de tijd heel snel voorbij gegaan. Het dagelijkse leven vergt inspanning en sleur doet de aandacht voor speciale dingen vervagen. Dat de grootste helft er nu werkelijke bijna op zit valt niet meer te ontkennen. Het oneindige lange jaar ‘alleen’ dat op een nuttige manier gevuld moest worden, lijkt er ineens bijna op te zitten, maar de verwachtingen zijn nog lang niet vervuld! Na wat gepieker over deze toestand, kwam het vanzelfsprekende inzicht dat ik het heft in eigen handen heb en alle kansen die zich nog voordoen, zal grijpen. Ik wil niet het gevoel hebben dat het hier afloopt, maar eerder plots opkijken en in Brussel aangekomen zijn. Als ik eens op een rijtje zet welke interessante mensen ik hier reeds heb ontmoet en geweldige ervaring ik al heb meegemaakt, realiseer ik me dat ik allerminst te klagen heb. Maar ik ben van plan die contacten nu te verdiepen en indien mogelijk nog enkele ongewone dingen voor de dag te brengen.
Zo heb ik wat bronnen voor mijn thesis durven aan te schaffen. Verder heb ik ook afgesproken met een vriendin van mij om het te hebben over Japanse taal. We delen allebei dezelfde geeky interesse voor taal en ze heeft me een en ander plezants bij gebracht. Hoewel ik dacht dat Japanse gedichtjes enkel weggelegd waren voor mensen van het kaliber Prof. Vandewalle, blijkt er werkelijk een type gedichten te bestaan, genaamd senryu door salarymen geschreven, die hedendaags in wedstrijden geschreven worden en een soms cynisch beeld geven over de Japanse maatschappij. Het patroon bestaat uit 5-7-5 of een variante daarop en kan dus voor nogal grappige resultaten zorgen, toch moeilijk te vertalen, omwille van het wegvallen van het wiskundige aspect. Hoedanook, dat elke Japanner van zijn taal houdt en hoe gevatter hoe beter, is me dit jaar ook echt duidelijk geworden. Aanvankelijk lijkt dat voor een buitenlander erg naïef, maar naderhand is het eigenlijk echt geniaal, hoe compact het Japans in elkaar zit en hoe iedereen die harmonie in de taal aanvoelt en respecteert.
Een voorbeeld die schetst hoe zij zich amuseren met homonieme klanken, die erg veel voorkomen door de vele tekens die dezelfde leeswijze hebben: Ik ging naar de dansles op een donderdagmiddag en Yamamotosan, een van de mannen die ginds werken, vertelde me heel enthousiast, alsof hij me een groot geheim zou verklappen, dat zij na de les iets heel interessants en grappigs zeggen. Ik had echt totaal geen idee wat hij bedoelde en hij leek er op voorhand al zijn deun in te hebben. Na de les ging ik nieuwsgierig naar de receptie en vroeg wat er nu zo grappig was. Hij zij met een glimlach van een kind dat net 5 euro heeft gevonden: dansu wa danshita. Ik begreep helemaal niet wat daar zo grappig aan was en keek ontredderd naar mijn vriendin Umechan en die zei dat dat een 同音語homoniem grapje was. Het betekent de dansles is gedaan, dan suru betekent ‘to make a done deal’, dus helemaal niet grappig, maar in Japan is dit een giller. Ik wist niet goed hoe ik hier moest op reageren, maar die mensen blijken hier echt heel serieus over dit soort zaken te zijn. Ik liet het gevoelige onderwerp dan maar voor wat het was, maar na mijn afspraak met mijn vriendin Nanako en vele gesprekken met mijn professor waar ik Frans aan geef, begin ik de genialiteit ervan in te zien. Ik moet eerlijk toegeven dat het wel een bevredigend gevoel geeft, dat ik het af en toe ook begrijp. Want hoewel het me vier jaar geleden ondenkbaar leek dat het tien jaar zou kosten om volledig deze taal te bezitten, besef ik dat het geen leugen was. Hoewel het me een jaar zal gekost hebben om dit te beseffen, hoop ik om het niveau “begin van einde” verworven te hebben en hoewel ik ook eerst Japans meer als een middel zag, vind ik het idee van de taal als doel op zich ook best amusant. Maar ik besef dat dit soort mijmeringen pas volgend jaar uit de kast gehaald zullen worden. Voorlopig houd ik me bij de rush van het voorbereiden van mijn Japanse lessen, mijn baito’s en de activiteiten met de bijutsubu, waar toch algemeen het meeste van mijn tijd in kruipt.
Een paar zaterdagen terug gingen we met de klas naar Ashikaga, waar een bloemenpark met blauwe regen is en die bloeiden toen schitterend. We konden genieten van Japanse droge Yakisoba en een vettige visworstachtige toestand in de schroeiende zon, tussen een menigte Japanners van gemiddeld 50 tot 90 jaar. De natuurpracht deed dit kleine detail echter vlug vergeten. Hierna gingen we ook de oude stad bezoeken, blijkbaar is de oudste school van Japan ginds te vinden. Nu ondertussen wel al een 150 jaar gesloten, maar best een staaltje om trots op te zijn, zeker toen koning Albert, koningin Paola en Prins Philip, die daar blijkbaar ook op bezoek geweest zijn, als enige in overvloedige mate aan de muren prijkten. In die rustige omgeving zou ik me probleemloos een jaar aan een stuk over mijn thesis kunnen buigen, leek het me. Verder is er ook nog een prachtige Boeddhistische tempel, die verdacht goed geleek op alle anderen in Japan, maar dan toch wel iets had, wat niet naliet om zich te bezoeken.
Vorig weekend hielden we een reunie met de Belgen in Tokyo bij Philippe op zijn appartement. Anne Daans’ afwezigheid begon te dagen, bij het zien van het Japanse liefje aan ieders zijde. Blijkbaar stelt iedereen het behoorlijk goed en de reünie moedigde de gemoederen aan. Een overheerlijke Japanse wagyuu-steak en een trial op de wii deed voldane hartjes naar huis terugkeren.
Eenmaal maandag was het startsignaal voor de strijd tegen de mazelenepidemie gegeven. Hashika, hashika, hashika, overal hoor je het nieuws van de ziekte die zich onder de twintigers spreidt. Blijkbaar zijn de inentingen in de jaren ’80 niet verplicht geweest, omdat iedereen dacht dat de ziekte niet meer zou terug komen en bijgevolg zijn nu al 9 scholen gesloten, wegens meldingen van slachtoffers. Ik was maandag warempel opgesloten in Waseda en moest via de kelder naar buiten, omdat ze waarschijnlijk dachten dat de ziekte samen met het openen van deuren, uit zou breken. Vreemde boel. In elk geval heeft de ene school na de andere anderhalve week vakantie omwille van de epidemie, alleen Seijo is nog niet gevallen. Maar aangezien Seijo zo’n klein leerlingenaantal heeft, zijn er blijkbaar maar 3 gevallen nodig om het onderwijs te staken, en uit andere bronnen heb ik gehoord dat er nu nog 1 iemand moet sneuvelen aan de babyziekte, dus we hopen allemaal dat deze persoon hier niet te lang meer mee wacht… dat deze tijd in de zomervakantie zal ingehaald worden, hoef ik mij ook al geen zorgen meer over te maken, dus we wachten rustig af. I am safe J
Het voorbije weekend was het welkomstweekend voor de eerstejaars van de kunstclub, dus trokken we met zijn allen naar Isehara in de bergen. Ongeveer 50 minuten met de trein, ligt een groot domein dat blijkbaar regelmatig uitgeleend wordt voor weekends van Seijo’s studentenverenigingen. Veel van de bergen hebben we niet gezien. We kwamen redelijk laat in de namiddag aan, speelden onigokki of tikkertje, waarbij weer eens bewezen is dat een mens geen wezen is om veel te bewegen. In elk geval waren de
Ik moet zelfs toegeven dat ik blij ben vast te stellen dat ik voor de eerste keer geen buitenstaandergevoel ervaren heb en dus geen enkele keer geïrriteerd was tov die unieke Japanse maatschappij. Ik voel meer en meer het wederzijds respect op allerlei manieren en ben hier heel erg dankbaar voor.
We zijn klaar voor de laatste loodjes…


2 Comments:
Probeer deze eens uit te vissen: "Denwa ni denwa" :-) Ik vond ze heerlijk!
Het zou wel eens kunnen zijn dat er een bikke Kansai-ben bij komt kijken. Al ben ik tegenwoordig niet meer zeker wat nu Kansai-ben is en wat standaard Japans...
weer 10 schone leesminuuten achter de rug :)
hebde al boekingen kunnen forceren? =]
x
Een reactie posten
<< Home