Annabelle in Japan

vrijdag, april 06, 2007

Club

Dat in Japan het groepsgevoel buitengewoon sterk is, is voor velen waarschijnlijk geen verrassing meer. De voorbije week primeerde dan ook het woord “club” in mijn activiteiten.


Club kan in het Japans twee duidelijk verschillende betekenissen hebben: ten eerste een instelling voor buitenschoolse activiteiten op school, zoals sport, cultuur,… of ten tweede een club waar je in het nachtleven je lusten kunt botvieren, om het lyrisch uit te drukken. (je kan er ook gewoon genieten van muziek, dansen en socializen) In het universiteitsleven onder de studenten kan dat tweede slechts bij weinigen aanhang vinden. Waarom dit zo is, weet ik niet, maar in clubs in Tokyo vind je vooral buitenlanders of volwassen Japanners. Duurder dan clubs in België zijn ze niet, en alternatieven zoals fuiven bij ons heb je zeker niet. Studenten houden in hun vrije tijd meer van een concept als izakaya, waar je binnen een tijdspanne voor een bepaalde soms geld zoveel mogelijk sake laat binnenvloeien, vergezeld door hier en daar een lekker hapje. Dat dit concept in het Belgische studentleven gedoemd zou zijn om verlies te lijden, is ontegensprekelijk, maar in Japan is dat een winstgevend handeltje en over de reden hiervan zal ik nu ook niet meer uitweiden, aangezien hij voor de lezer naderhand wel duidelijk zal zijn. Seizoensgebonden, en dan vooral lentegebonden, wanneer ook Japan hernieuwt, komt er variatie op dit thema: Hanami of het “kijken naar de bloemen”. Deze term moet je echter als een eufemisme opvatten, want het verbloemt de eigenlijke bedoeling: drinken en eten, picknicken onder de onschuldige sakura. Het voorbijgaande weekend was de top van de bloei van de bloesems, dus alle parken van Tokyo stroomden vol met hanamitisten, als zo’n woord dan ook mag bestaan, maar het is een ware culte op zich. Ik was op vrijdag uitgenodigd door de Eigo-business-club om hanami te gaan doen in Yoyogipark. Eerder was reeds bevestigd dat wij (de vier ryuugakusei) die club van Engelse businessstudenten nogal zonderling vonden, maar ik wilde als enige nog wel een poging doen om in hun gezelschap te vertoeven en het leek me tevens een speciale ervaring. Toen ik vorige week ditzelfde namiddaguur van 15 uur zat te tikken op mijn computer, kwam echter het onschuldige berichtje of ik wist dat het treffen om 13 uur was. Mijn “vriendjes” die me de avond ervoor op het hart hadden gedrukt dat we afspraken om 17.30, waren zomaar even vergeten te melden dat het uur van het treffen, veranderd was. Hun ambitie om Engels te oefenen was blijkbaar niet sterk genoeg om dit futiel detail aan de enige Engelssprekende (de rest zouden Indiërs en Japanners zijn) te laten weten. Ik vond het geen gemis dat mijn lieve vrienden mijn aanwezigheid onnodig vonden, maar vond het dan enkel wel een beetje jammer dan ik mijn kans op hanami moest missen. (je gaat namelijk niet in je eentje in een overvol park gaan zitten picknicken…)

Op zaterdagochtend, toen ik onderweg was naar het station, waar ik Chiharu, een Japans meisje, Vlaamse les geef (dank aan Michael hiervoor), bleek de Seijo Avenue, tegenwoordig gehuld in witte en roze bloesems, veranderd in een echte rommelmarkt. De chiqué van Seijo zette nu al hun afgedankt prullaria op de stoep en voorbijgangers konden die kopen aan een prijsje. Natuurlijk waren ook de zoete sake, omochi en heel wat andere geliefde zoetigheden niet nagelaten, alles wat het Japanse festivalhart verlangt. Het was echt een aangenaam gevoel op zo’n korte tijd zoveel Japans volk in mijn straat verzameld te zien. Heel het weekend nam het “Seijo Festibaru” plaats en het liep er goed vol. Ik ben niet zo te vinden voor de grote massagebeurtenissen en besloot het toch maar te laten voor wat het was. Een Japanse vriendin van me, Hiroko, had me uitgenodigd om die avond naar een Japanse club (van het tweede soort) te gaan in Roppongi, genaamd Vanilla. Het was namelijk de laatste avond dat de club geopend was, dus de ingang was niet zo duur. Ik had eigenlijk niet zoveel zin om te gaan, maar wilde ook wel eens de beroemde club gezien hebben, dus troffen we een compromis om vroeg te gaan en met de laatste trein terug te keren. Mijn afkeer voor massagebeurtenissen werd nog maar eens bevestigd toen tegen 24u de club bOEmvOl stond, en buiten een wachtrij van minstens 300 feestgangers in de gekste outfits geduldig stond aan te schuiven. Die konden er volgens mij onmogelijk nog bij. Dit buiten beschouwing gelaten, was er in de verschillende zalen heel erg veel security aanwezig, allemaal zwarten met een zwarte T-shirt aan, bedrukt in witte letters “BROTHER”. Dit had bij mij aanvankelijk geen belletje doen rinkelen, maar toen ik gezegd werd geen foto’s te nemen, en ik vroeg waarom dat niet mocht, (dit leek mij echt niet logisch) werd hij ineens heel erg agressief en begon te rappen dat het “ a Ruuuuule” was “cauz it’s a ruuule miss”. Toen hij zag dat ik echt verbouwereerd was, er had me in geen tijden nog een mens zo afgesnauwd, vroeg hij “what’s your problem, miss, what’s your problem??”. Ik zei droog “you are so rude to me, and I don’t understand why.”. Hij leek eerst alsof hij uit zijn rol viel, maar uiteindelijk herpakte hij zich en zei gedisciplineerd “you can’t take pictures miss, because it’s a rule”. Soit, ik ging maar verder, maar toen ik even later door enkele Japanners lastig gevallen werd, besloten Hiroko en ik er maar vandoor te gaan. Ik heb voor mezelf besloten dat ik het zeker geen gemis vind dat Vanilla verdwijnt en nog minder de Chocolat die erin aanwezig was. Ik beschouw mezelf niet als racist, maar tot nog toe waren mijn enige twee discussies in Japan met zwarten die dachten dat ik een probleem had met hun huidskleur en me daardoor gewoon uit het niets begonnen af te blaffen. Misschien ben ik te naïef, maar ik denk dat Tine ergens gelijk heeft, als ze zegt dat ze zich in Japan gewoon bewuster zijn van hun huidskleur.

Het clubgebeuren van de zondag was van veel onschuldiger aard: Hanami! En dan nog in Yoyogi Park, waar ik de vrijdag eigenlijk naartoe wou gaan. Chiharu had me uitgenodigd haar te vergezellen met haar twee Spaanse vrienden. Omdat ik eigenlijk reeds afgesproken had met Maisan, maar Chiharu dat geen probleem vond als ik haar meenam, brachten we met z’n allen de namiddag door in Yoyogikoen. Het weer was schitterend en met mijn Brazilaanse sandaaltjes voelde ik me in opperbeste stemming. Ik had het gevoel dat alle Japanners naar Harajuku waren gekomen om hanami te doen, want de treinen zaten voller dan anders en er was een wachtrij tot buiten om een sandwich of bento in de combini te kopen. Toen we ons genesteld hadden in het gras, kon ik me aan peoplewatching overgeven. Wat een allegaartje was daar verzameld, Indiërs, Turken, Amerikanen, Belgen, Spanjaarden, Japanners, Ainu,… Ook baby’s, Dj’s, oude Japanse heertjes met rare hoeden en een sigaar, dansende inboorlingen, mensen die yoga uitoefenen, … Te gek om op te noemen of je zag het rondlopen. Ik moest natuurlijk weer oppassen met mijn bespiedende blik, want ook hier werd ik weer onmiddellijk agressief teruggeroepen wat mijn probleem wel was door een stel dronken Turken, terwijl ik eigenlijk met Chiharu en Mai hele grappige kleine boompjes stond te bewonderen. (de bomen waren net zo groot als ons, en stonden in bloei) Toen het ineens begon af te koelen, besloten we terug te wandelen naar Shibuya, wat tot mijn verbazing maar op 20 minuten te voet is. Wat wordt een mens toch lui en gemakzuchtig door het openbaar vervoer! In Shibuya zouden Rebecca en Miguel een grote groep vrienden ontmoeten en die vonden het absoluut geen probleem als Chiharu en ik daarbij waren, hoewel we die eigenlijk in de verste verte niet kenden. (Mai was inmiddels al naar huis teruggekeerd, omdat de volgende dag haar eerste dag als WERKMENS begon, en dat betekent een heel erg grote verandering in het leven van een Japanner. ) We zouden iets gaan drinken met een bende van drie Spanjaarden, drie Japanners, een Fransman, een Engelsman en mezelf. Ik bedacht bij mezelf dat mijn jaartje in Japan in vergelijking tot het leven van die mensen bitter weinig voorstelt. Maar ik besefte ook maar eens te meer dat het studentenleven heel wat aangenamer moet zijn dan het werkleven, met zijn lange werktijden, strenge onuitgesproken regels en moeilijkheden van de taal. Op weg naar huis had ik weer veel voer tot nadenken, buitenlanders in Japan vormen op zichzelf waarschijnlijk ook al een club. Maandag en dinsdag wijdde ik vooral aan studie en praktischer taken, die het vermelden niet waard zijn. Een uitspringer was toch wel het artikel van het interview dat ik twee maanden terug van mr. Kurahashi had afgenomen, wat inmiddels uitgegeven blijkt te zijn. Toen ik op het international office aankwam, lieten die me verrast het krantje zien. Ze waren van het hele gebeuren niet op de hoogte geweest, dus ik was wat verlegen, maar ergens wel een beetje fier. Op internet is het nog steeds niet te vinden, maar dat komt waarschijnlijk wel. Deze maatschappij is niet zo vlot op virtueel gebied als men wel zou denken.

Woensdag verschafte mij mijn voorlaatste clubervaring. Akina, een meisje uit de kunstclub, die ik voor haar reis naar Angers in Frankrijk, een spoedcursus basisfrans heb gegeven, had me het heuglijke nieuws gemeld. Na hun terugkomst van de groepsreis naar Angers met een tiental studenten van Seijo, waren ze allen zodanig enthousiast, dat ze besloten om een Franse Club te maken. Seijo heeft echt al heel wat clubs, maar geen enkele omvat het onderwerp “Frankrijk” en alles wat daarmee te maken heeft. Iedereen is bijzonder enthousiast, het enige detail is dat ze allemaal slechts 3 weken Frans hebben gehad en hun grote houvast mezelf is. Inderdaad, toen ik samen met Julien (die ik uit zijn kamer had gesleurd, hoewel hij weer een of andere ziekte had) aankwam, bleek dat het blaadje met taken goed verdeeld was, en ik eigenlijk alles moest doen: voorbereiden op het Franse schriftelijke examen en het orale examen, Belgische trends, Belgische cultuur, liedjes aanleren, woordspelletjes aanleren. In return zouden zij in het Frans praten over Japanse trends en Japanse cultuur. Eerlijk is eerlijk! Wat ze natuurlijk over het hoofd hadden gezien, is dat niemand van hen een grammaticale basis heeft, noch van plan is een vak Frans op school te kiezen. Julien wenste me veel geluk, en ging er met een smoes vandoor. Er was ook een Japanse professor aanwezig, die Frans gaf aan Seijo universiteit. Hij was tevens de begeleider geweest van de reis naar Angers. Hij was tamelijk stil en ging volledig op in het eten van stokbrood met paté of kaas en drinken van rode wijn of mangosap. Ik voelde dat de studenten mij echt als enige hoop aanzagen, en probeerde enthousiasme te tonen, hoewel ik wel benadrukte dat ik in Juli examens had en erna naar België zou terugkeren. Ik begon wat met de professor te babbelen, die door zijn vader, als kunstenaar gevestigd in Parijs, zelf in het totaal zeven jaar in de stad gewoond had en goed de taal onder de knie had. Hij bleek best aardig en ik vroeg hem zijn mening over de club. Hij zei dat de ideeën er waren en dat we best overgingen naar de praktische kant van de zaak: een clublokaal en een tijdstip waarop iedereen wekelijks kan samenkomen. Het grappige nu is, dat opeens de twee mannen van het hoofdzakelijke vrouwelijke, giechelende, gezelschap hun mond openden en alles tot in de puntjes voorbereid bleken te hebben. Mijn taak werd ineens heel erg onbelangrijk, en tegen mijn verwachtingen in, bleek alle organisatie al in kannen en kruiken. Ik moet enkel op de volgende meeting aanwezig zijn, en hoef zelf niets voor te bereiden. Aangezien ik Julien, die een wreed gemakkelijk slachtoffer is, bij het gebeuren gesleurd heb, kan ik de taken beter verdelen, onder het mom van “als Vlaamse Belg zijn er dingen die ik echt niet weet, en die je best aan een Fransman vraagt”. Uiteindelijk lijkt het me een grappige bende (behalve die enige, ongelooflijk boertige jongen, die een half uur te laat kwam, zogezegd hapjes meehad voor iedereen, maar ze allemaal zelf opat, een halve fles wijn uitdronk, sorry slurpte, beweerde dat hij doctor zou worden aan Seijo dus de club zeker zou kunnen verder zetten, vroeg ofdat ik een leerkracht was omdat ik er al zo oud uitzag, zijn cakeje al opgegeten had toen iedereen “smakelijk” wenste om eraan te beginnen en verbaast vroeg of hij er wel gekregen had, smekte terwijl hij at, en WAT hij at was gedroogde ika of inktvis wat uren in de wind stinkt. Dit alles bezorgde me een krul in mijn zwak maagje.) en de professor lijkt een man met interessante meningen en inzichten. Toen ik hem vertelde over Takarazuka, gaf hij me zijn inzicht over de “vrouwelijke” en “mannelijke” cultuur in de wereld en in Japan en de rol die iedereen op zich neemt in de maatschappij. Ik vertelde dat ik dit een goed ding vond, omdat de maatschappij heel gemakkelijk verloopt op deze manier en er verborgen macht in verscholen ligt, maar anderzijds is het voor mij als buitenlander die uit een Europese individuele maatschappij komt, waar ieder voor zich staat, moeilijk te weten hoe hierin te functioneren. Hij vond dat het leven een zoeken was naar de verschillende rollenpatronen, wat ze betekenen en hoe zich daarin te gedragen. Een mooie denkpiste volgens mij.

Gisteren bracht het laatste clubgebeuren: nyuugakushiki of ingangsceremonie. De eerstejaarsstudenten die volgende week hun intrede doen in het nieuwe studentenleven, worden rondgeleid in Seijo Daigaku. Ze zijn echter ook allemaal potentiële clubleden, dus kwamen de seijo-studenten massaal buiten met informatiefoldertjes om de pas losgelaten groentjes mee te bestoken en te smeken om bij hun club te komen. Ik stond hier ook verloren tussen, samen met de anderen van de kunstclub, maar die waren gelukkig niet zo aangestoken als de leden van vb. de paardenclub (die had een paardenkop op, wat ik maar een eng zicht vond) de theeclub, de baseballclub, of de gehate eigo-businessclub, waarvan de leider me eerder groen kwam zeggen “laten we veel nieuwe leden werven he” en er dan vlug weer vandoor ging. (ik viel namelijk nogal op als enige buitenlander tussen die menigte Japanners, dus hij kon me moeilijk over het hoofd zien. )

Hoewel ik het clubgebeuren nog niet vaarwel zeg voor deze week, plan ik het zoals altijd verder rustig te houden. Volgende week en tevens het nieuwe schooljaar zal al genoeg vernieuwing schenken. Vernieuwing klinkt alom, nu het weer in volle weerbarstigheid haar wending zoekt, en het onophoudelijk sneeuwt: de sakura no fubuki of sneeuwstorm van de kersenbloesem. Ik had het een tijd terug in een Japanse film gezien en achtte het niet voor mogelijk, maar als ik buitenkom zijn de straten wit bezaaid en dwarrelen de vlokken in mijn gezicht. Enkel de koude ontbreekt, terwijl de kwetsbaarheid je gezicht streelt. Onvergeeflijk, onvergetelijk, onbeschrijflijk schoon.