Ibaraki
Met de kriebel in de darmen zit die vandaag dus duidelijk niet in de vingers, maar dat is dan vooral te danken aan het gevarieerd weekend op gebied van voedsel. Tegen de wil van sommige lezers in ga ik het deze keer dan toch deels over eten hebben, maar we beginnen bij het begin.
Vorig weekend had Chiharu me uitgenodigd naar een beachparty. Zonder veel meer te weten, besloot ik op het voorstel in te gaan en het avontuur tegemoet te treden. Op zaterdagmiddag ontmoetten we elkaar in Tokyo, om van daaruit de bus te nemen naar Hitachi in Ibariken, ten Noordoosten van Tokyo. De drie-uur durende busrit vloog voorbij, met uren gefilosofeer over talen, relaties en toekomstdromen. Mijn voorgevoel dat het een gek weekend zou worden bleek te kloppen, toen een busje (een van waar 22 man in kon zitten) kwam aangereden, met als chauffeur Hiro, een zo(a)tte Japanner met een clownspruik op, copiloot een fransman, Michael, met een “els accent” (HELS accent), die de inzittenden met de micro toesprak- of zong in alle talen die hij kon, een stille jap (waarvan ik dus de naam niet meer weet), dan nog een Japkoppeltje (nonusan en diens lief) die heel grappig en luid lachten, dan nog een Spanjaard die ook ergens bij de hoop zat, James, een vriend van iedereen die perfect Japans spreekt en hier woont en werkt, en vervolgens Chiharu en ik.
Toen kreeg ik te horen dat het feestje ter ere van Daniel was, “een Spanjaard, die groot was en heel Spaans” werd gezegd. Daar kon ik me dadelijk een voorstelling bij maken, toen we hem en zijn lieve vriendin oppikten om zich bij de bende te voegen. Ik werd bestookt met vragen, wie ik wel was, of ik wel besefte welk een onbeduidende taal ik spreek, waarom ik in godsnaam iemand zoiets bijbracht en wat ik in godsnaam in Japan deed. Ik was zo overdonderd door de douche van plagerijen in zijn charmant Spaans accent, dat ik voor een keer echt geen argument vond om me te verdedigen. Het duurde me vijf minuten om het gesprek te brengen op het spoor van de liefde, de reden waarom Chiharu de taal studeert, de liefde voor het studeren van een taal en voor een persoon die de taal spreekt en om elkaar zo nauw mogelijk te begrijpen. We zorgen gauw voor de nodige animatie in de bus en zo was het feest ingezet. We reden naar het huis van een kunstenaar Naotosan. Het einddoel was me nog steeds niet echt duidelijk, maar we hielden blijkbaar een toilet-tussenstop in zijn prachtige Japanse huis, waar ook een deel volledig van verkrot was. De verwilderde natuur tussen de bergen had iets moois door de kraaknette stukken bamboebos tussen het onkruid. Nadat de wilde kat uit de boom was gehaald en de laatste man uit de hangmat,bleek de rit toch verder richting strand te gaan. Met nu ook het hout en de houtskool voor op de barbecue en het kampvuur ingeladen, bereikten we ons doel. Aan het werk maar! De sightseeing door Hitachi was niet erg de moeite, ik zag enkel de mijnen, die ik vorige jaar in mijn economieles bestudeerd had, en die waren niet zo spectaculair. Samen laadden we al het materiaal uit, zetten de tenten op, maakten het vuur en bereidden het eten voor. De sakevoorraad was naar mijn idee iets te groot, maar die bleek ’s anderendaags toch volledig overmeesterd te zijn. Het summum was toch wel de grot in de grote rots, die uitkeek op de zee. Naotosan had overal theelichtjes in de wanden geplaatst en een zetel met kussens en dekens gemaakt. Zeer romantisch, alleen ons liefje ontbrak nog, merkte Chiharu op. Hoewel het toch best plezant was, om onder gitaargetokkel te zitten praten met de japjes. De volgende dag verliep even gezapig als de dag ervoor, na op mijn gemak bekomen te zijn, namen we ’s namiddags de bus terug naar Tokyo. Hoewel ik eigenlijk de zaterdagavond pas ‘yakiniku’-lookalike had gegeten (lett. Gebakken vlees, dus bbq), gingen we de zondagavond dan maar voor hetzelfde, maar deze keer met Mai en Jen in een restaurant in Shinjuku. Ik vind Yakiniku heus niet zo heel lekker, maar we zijn dan maar onmiddellijk voor de derde keer yakiniku gegaan op dinsdagavond, na het aflopen van de Franse clubbijeenkomst, die trouwens heel succesvol verlopen is. Hoewel het me heel lang geduurd heeft om yakiniku te proeven, heb ik nu het gevoel dat ik het concept heel goed ken en ik het verder ook niet meer hoef mee te maken. Drie keer na elkaar was een beetje te veel van het goede.
Die dag onderging ik ook een heel Japanse ervaring: lichaamsonderzoek. Jaarlijks wordt iedere univstudent volledig lichamelijk gecheckt en deze keer werd ik niet als een uitzondering beschouwd. Ik onderging de potjespissentest en bleek niet zwanger te zijn, ik werd gemeten en gewogen, en was
Het vorige weekend bracht ik met Tine door op homestay. Zij had op het vliegtuig een Japans koppel ontmoet die met haar contact hadden gehouden en haar uitgenodigd hadden bij hen thuis. Tine wist dat ik graag nog eens een homestay wou doen, wat me na mijn ervaring in Finland en Japan heel veel had bijgebracht, en had me voorgesteld haar te vergezellen. Eigenlijk kenden wij beiden het koppel van haar noch pluimen, maar besloten toch de uitdaging aan te gaan. We namen de trein voor 2 uren richting Tomobe in Ibarakiken. De streek heet Kasama. Ook deze keer was de rit in een mum van tijd voorbij door ons geklets. Het 60jaar oude koppel Yasuyuki en Yasuko (wat Tine een treffende vergelijking vond met ANNe Daan en ANNabelle) stond ons zoals verwacht aan de ticketgates op te wachten. De obaasan of de oma Kaneo zat al in de van. Het trio straalde van in het begin gastvrijheid en vriendelijkheid uit en geen moment is dat gevoel van me geweken. We reden doorheen parken in de bergen en aten een bento in het tsutsugipark. De bloem van de Tsutsugi of Azalea is prachtig rood en bloeit jammergenoeg pas volgende week. Wij hebben echter een paar vroegbloeiers kunnen ontdekken en daar dan ook meer dan voldoende groepsfoto’s en gsmfoto’s van genomen, zoals het hoort. De bento waren mijn favoriete inarizushi die Yasuko de dag ervoor zelf had gemaakt. Het bergenpark was tamelijk steil en vermoeiend en de obaasan zei me dat dit wat lastig was voor haar. Dat begreep ik best, aangezien ik ook hijgend de trap op sukkelde. Toen ze me vertelde dat de reden daarvoor was, dat ze nog wat stijf was van het tennissen de dag ervoor, verslikte ik me bijna in mijn adem. Achteraf bleek dat het oudje 85 jaar was, elke dag de was doet, vanalles knutselt (we kregen een zelfgemaakte juwelendoos uit melkbrikken), wekelijks gaat tennissen en met haar vriendinnen tentoonstellingen of parken gaat bezoeken. Ik denk dat ik dit weekend heb beseft dat ik als 60jarige wil zijn zoals Yasuko en op 85 zoals Kaneo. Die mensen hebben mij zoveel bijgebracht, ik wou dat ik dit inzicht altijd onthield.
Na de wandeling in het park, bezochten we een Shintoïstische tempel en gingen vervolgens naar naar een keramiektentoonstelling. Kasamayaki schijnt heel bekend te zijn. Daar maakten we een theeceremonie mee. http://en.wikipedia.org/wiki/Japanese_tea_ceremony#Equipment Ik voelde me als eerste gast in het rijtje alles behalve op mijn gemak en was waarschijnlijk heel onbeleefd, maar na het avondeten heeft obaasan ons alle regels geleerd, gebruiksvoorwerpen, hoe je de groene thee moet klaarmaken, wat je vervolgens moet zeggen en antwoorden en hoe je moet buigen. We hebben het beiden zelf mogen proberen, met de nodige flaters van dien toen Tine de chasen of bamboeklopper afklopte tegen de rand van de chawan of theekop wat niet gedaan wordt, en voor algemene hilariteit zorgde.
De tentoongestelde werken van 枝谷汳山 waren prachtig en gaven zin om het zelf te proberen. Om daad bij woord te voegen, bracht Yasuyuki ons de volgende morgen, na een stevig ontbijt naar Tougei Fukuda, een plaats waar allerlei potterei gemaakt wordt.
De zaak bestaat al 200 jaar en wordt inmiddels door de vijfde generatie uitgebaat. http://www.seitou-fukuda.com/
Bij het aankomen werden we verrast door de grootste vaas in de wereld,
Tot slot zou ik graag nog de keukengeheimen neerschrijven, om die nooit meer te vergeten. Het eerste avondmaal maakten we tonkatsu, of gefrituurde varkensfilet, maar dan op Yasuko’s manier, waar gezondheid als eerste regel geld in de keuken. Twee dunne lapjes varkensvlees, daarop een paar ajuinringen en champignons en dan weer twee dunne lapjes vlees die je tot een stukje vormt. Die drenk je dan in ei met bloem en tot slot leg je ze in broodkruimels. Dan friteer je dit stukje vlees in een pan, zo bekom je een heel gezonde burger. De soep was nog eenvoudiger: miniblokjes prei, bacon, wortel, melk en bouillon. Daarnaast ontbraken natuurlijk de oneindige bordjes met groenten en pickles en tofu niet. Er was ook nog een bordje met verse spinazie uit de tuin, die we eerst wasten, dan in drie stukken sneden,met druivenazijn besprenkelden en zo koud opaten. Overheerlijk. Als shokuzenshu of aperitiefje proefden we de zelfgemaakte druivenlikeur en na het eten dronken we de bittere sobathee.
De tweede regel in Yasuko’s keuken is geen verspilling, maar alle restjes verwerken. Bij het ontbijt kregen we een bord met warme spinazie, bacon en tofublokjes, die zeer fris smaakten. Daarbij kregen we geroosterde toast en konden we de zelfgemaakte aardbeienconfituur eten. (ze had acht manden aardbeien geplukt bij een vriendin van haar die aardbeien kweekt, vandaar dat je vaak het zoete smaakje terugvond) Het restje soep van de avond ervoor mochten Tine en ik ook nog opdrinken. Als opkikker op het vroege zondagse ochtenduur van ZEVEN uur, kregen we een zelfbereid sapje met prei, spinazie, bananen en wortel, wat ik eigenlijk echt heel lekker vond. Hierna kregen we dan cake als dessert. En onder het mom dat fruit in de morgen goud betekent, ’s middags zilver en ’s avonds brons, kreeg ik er nog es een stuk mango na ook. Het middagmaal bestond natuurlijk niet uit minder, en deze keer werden we bekoord met vis, tara of kabeljauw, maar de beste die ik ooit gegeten heb. Het geheim is de miso of bonenpasta waarin de vis lange tijd bewaard wordt. Hij wordt ook zo gekocht en in de diepvries bewaard. Het heeft een hele aparte smaak, waarschijnlijk zit er een beetje alcohol in, maar Yasuko wist ook het precieze recept niet. De miso van de misosoep daarentegen had ze wel zelf gemaakt, wat heel anders smaakte dan de misosoep die ik hier maak. Daarnaast hadden we de standaard groentjes, salade, wortels, daikon, de tsukemono en de rijst. Als dessert had ze een kantenjelly gemaakt, een soort calorieloze doorzichtige gelei, waar ze bij het bereiden, bij een soort grapefruitsap, een andere bessensap en nog een andere melk had gevoegd, dit sneed ze in blokjes en wierp ze in een grote kom. Daarover goot ze appelsap en sneed ze verse aardbeien- en ananasstukjes bij. Een zeer kleurrijk en plezant dessert. Mijn maag was zo verrast op dit weekend dat het nog heel lang zal nagenieten. Ik denk ook dat mijn lichaam herademt na het gebruikelijk studentleven van bento, onbijtkoeken of muesli.
Hoewel ik eigenlijk wel besef dat mijn gewoontes niet drastisch zullen veranderen, zou ik toch graag het principe willen nastreven van gelukkig samenwonen en actief zijn op allerlei gebieden, veel dingen zelf doen, maken, bezoeken en tegelijkertijd openstaan voor al het andere en nieuwe. Het gevoel van leven in dat huis was zo sterk en valt nauwelijks te omschrijven, maar ik zou het graag bij benadering aan iedereen willen meegeven om dat het doodgewoon schoon was.


2 Comments:
Homestay (^-^)
Ik hoop dat het ook in omgekeerde richting even mooi kan zijn, en dat je genot kan vinden in iemand te ontvangen in je huis.
De mensen waar jij naartoe bent gegaan zullen er waarschijnlijk een even mooi beeld aan overhouden!
Klinkt idd geweldig, en den Jos heeft een punt.
Homestay is idd iets dat aangemoedigd hoort te worden bij iedereen op deze wereld! In mijn tijd bij de volksdans (ik heb nooit gedanst!!!) zijn wij jaarlijks 3 keer gastgezin geweest, en ik ging ook elk jaar 2 keer minstens een week op gastgezin, en dat is de beste manier om een andere cultuur en gedachtegang echt te leren kennen vanuit een perspectief dat eigen is aan de plaats.
Eerlijk waar: Urayamashii!!! Ik hoop dat het mij ook nog lukt om te doen...
Een reactie posten
<< Home