Annabelle in Japan

maandag, november 13, 2006




Voorbije week was wederom een week vol nieuwe ontdekkingen van dit land.


Op maandag en woensdag hadden we vernieuwende plannen om eten te maken! Dit wordt hoe langer hoe meer een staaltje gastronomie om fier op te zijn. Op maandag hebben we Saba, een soort Makreel klaargemaakt met een daarbijhorende saus, groeten en rijst, en misosoep. Op woensdag hebben we ons aan vlees gewaagd, oyakoburi, wat omelet en varkensvlees in een zoete saus op de rijst inhoudt. De misosoep was zowaar nog beter dan op maandag, want er zaten meer groentjes in en twee verschillende soorten tofu. Puur genot.
Op dinsdag wou ik naar Shibuya gaan om enkele plaatsen te bekijken en per toeval zat Sayaka bij ons op de trein en heeft ze ons vervoegd. Ze heeft ons een geweldig nieuw stuk van Shibuya laten zien. Ik voelde me zo gelukkig om telkens te blijven ontdekken in deze eindeloze stad.

Op donderdag was ik uitgenodigd door de businesseigo club om een van het vergaderingen om Engels te oefenen bij te wonen, waarbij ik ook de andere ryuugakusei mocht meevragen. Gewillig trokken we alle vier richting clubgebouw. We kwamen in een bijzonder klein, muf kamertje, met twee veel te luidruchtige Japanners en nog een stuk of drie medestudenten. Blijkbaar konden studenten van andere clubs die dag de “vergadering” bijwonen. Daarom deden we een jikoshoukai-spelletje wat niets beters betekent dan “stel jezelf voor”, een heel belangrijk concept in dit land. Na zes keer het spel op een andere manier met andere regels uitgelegd te hebben, hebben we het dan op een zevende manier gespeeld. Het concept op zich was mislukt, maar het bleek velen toch te amuseren. Het meisje van de Commercial Club vertelde dat ze de Seijo Miss Contest had georganiseerd en het meisje van de Ikebana Club of bloemschikclub had als hobby “met haar kat spelen”. Toen er een meisje aan de 13 aanwezigen telkens opnieuw vroeg “have you been to the culture festival; have you been to the culture festival have you been to the culture festival, have you been to the culture festival…” en iedereen ook gewoon yes antwoordde, kon ik mijn lach echt niet meer inhouden. Ik weet dat het misschien heel onbeleefd was, maar ik hield deze hilarische situatie niet voor mogelijk. Zo gingen we nog anderhalf uur verder met leuke spelletjes spelen, en de stemming werd alsmaar beter. Op het einde beloofden ze dat we volgende week terug mochten gaan en we na de “vergadering” nomikai zouden doen (gaan drinken). Op de terugweg waren Jen en ik heel erg blij dat we een goeie vriendengroep normale Japanners hadden kunnen vinden. Ik denk dat ik sinds mijn verblijf hier nog geen zo’n ervaring heb meegemaakt en ben niet onmiddellijk van plan die over te doen. Maar ik heb op zijn minst heel hartelijk kunnen lachenJ Verruim je horizonten…

Het weekend begon onmiddellijk op vrijdagmiddag na de Japanse les. Na een vlugge onigiri en chocoladebroodje de trein op richting Kamakura. Kamakura is een heel belangrijke stad in de Japanse geschiedenis. Het ligt op een uurtje van Tokyo en herbergt prachtige tempeloorden. Na enkele overstappen gemist te hebben, kwamen we een half uurtje te laat aan in Kitakamakura in een heel aandoenlijk stationnetje. Sayomi en Ruka bevonden zich al in het domein van de Enkakuji en wij zochten dezelfde plaats op met de fotocamera in de hand. Dit perfect oord van rust, badend in het zonlicht gaf een harmonieus gevoel. Het deed me verlangen naar de gelukzalige afzondering in het bestaan van deze monniken die hier nog steeds wonen. In Kamakura zelf was het heel wat drukker en we namen de centrale straat vol omiyage of souvenirs richting Kofukuji. Een heerlijk ijsje van zoete aardappel en groene theesmaak dompelde ons nog meer onder in de toeristische sfeer. De Kofukuji was ook heel groot, maar bestond slechts uit een hoog gelegen hoofdgebouw. Je kon er zoals steeds allerlei soorten omamori kopen of geluksbrengers, waar ik me dan ook aan gehouden heb. Ik wou heel erg graag de grote Boeddha zien, om toch iets van beproeving te doen omtrent Prof. Vandewalle’s kunstlessen van vorig jaar, maar op de weg ernaartoe ontdekten Sayomi en ik dat het eigenlijk al een half uur gesloten was. We zijn dan maar naar de zee gaan kijken, waar evenmin iets te bespeuren viel, daar het pikdonker was, enkel de geur en het geluid van de zee konden me bekoren. Tot slot hebben we een heerlijke okonomiyaki genuttigd in een traditioneel etablissement met een taaie gastvrouw. We hadden eigenlijk geen zin om zelf ons eten te maken, wat je normaal moet doen in okonomiyakirestaurant en vroegen of zij het voor ons kon doen, maar dat wilde ze niet, “het is een goeie ervaring voor toeristen!”. Uiteindelijk heeft ze het toch allemaal komen maken. De enige glimlach die ze vertoonde, was toen we oprecht allemaal smakelijk bedankten en beaamden hoe overheerlijk het wel was. Een vrouw met 35 jaar ervaring valt niet te berispen. Ze had onze maag meer dan zoet gestemd! Moe en afgepeigerd trokken we terug naar huis.

We hadden de diepe nachtrust nodig voor de hiking op zaterdag. Bergen beklimmen om de kouyou of het kleuren van de herstbladeren te bekijken. Dit jaar is het weer uitzonderlijk lang warm en daarom zijn de bladeren nog niet echt rood geworden. Daarenboven donderde het en regende het pijpenstelen toen ik zaterdagochtend veel te vroeg mijn ogen opendeed. Toch zaten we om negen uur steevast op de trein richting Isehara. Jammergenoeg verbeterde de regen er niet op, maar dat liet ons gemoed niet zakken. We hebben een prachtige doch vermoeiende dag beleefd met letterlijk vallen en opstaan! Maar het voelde geweldig om volledig in de Japanse natuur ondergedompeld te zijn.

Op zondagavond zouden we naar Roppongi Hills gaan om een panorama van Tokyo te bezien. De meeste toeristen gaan naar Tokyo Tower om een mooi uitzicht te hebben. Tokyo Tower is een kleinere replica van de Eiffeltoren. Maar als je in Roppongi Hills gaat zien, kan je de Tokyo Tower in het uitzicht uiteraard opnemen, wat voor een nog beter uitzicht zorgt. Dit was zowaar schitterend en wederom niet in woorden beschrijfbaar. Het nachtelijk beeld was zo overzichtelijk, je kon alle verschillende plaatsen ontwarren. Erna konden we met ditzelfde ticket nog het Mori Art Museum bezichtigen, waar een tentoonstelling was van Bill Viola, een Amerikaanse videokunstenaar. Trage videobeelden die menselijke emoties en passies provoceren. Rond 20u had Sayaka gereserveerd in een izakaya en ik moet echt zeggen dat dit de beste izakaya is waar ik tot nog toe heen ben geweest. Het eten was van topklasse en hoewel het een erg drukke plaats vol buitenlanders was, heerste er een rustige sfeer en was er een typisch Japanse inrichting die de plaats een chique uitstraling gaf. Ons gezelschap was tamelijk amusant, en het geheel van de avond was onvergetelijk.

De maandag brengt de winter met zich mee en menig Japanner zucht klaaglijk SAMMMMMMUUUUUUi wat niets minder dan koud betekent…