Annabelle in Japan

zaterdag, oktober 21, 2006

Een belg in Japan

Meegesleept door de drukte vliegt de tijd de laatste dagen voorbij. Er gebeuren zoveel fantastische dingen dat ik amper tijd heb om ze te verwerken. Ik denk dat het leven voor mij hier echt op gang komt, maar ik er nog even tijd voor zal nodig hebben om alles te modereren, want nu lijk ik het even niet onder controle te hebben. Maar daar kan ik voorlopig best wel even mee leven :-)

Vorige week zaterdag hebben we ons met de groep van Rikkyou Universiteit op de vermoeiende treinrit richting Saitama, Kawagoefestival begeven. Toen we ons door het fijne voetgangserstraatje, volgestouwd met eetkraampjes (blauwe chocoladebananen, koreaanse pizzapannekoeken, chinese reuzegyouza en waterijs in onmogelijke kleuren...) persten dacht ik dat ik de grootste drum al meegemaakt had. Dat was dan buiten het einde van de matsuri gerekend! Wij zouden een soort optocht gaan bekijken van de mikoshi (schrijnen) waarbij de verschillende mikoshi elkaar kruisen, groeten en dan verdergetrokken worden. Die mikoshi worden door grote groepen mannen, vrouwen en kinderen in een soort traditionele Japanse klederdracht voort-getrokken en geduwd. Het schouwtoneel was best wel aandoenlijk, maar het gevecht als het ware dat zich op de begane grond afspeelde was alles behalve aangenaam. baby'tjes op buiken gedragen werden geplet, rijen mensen schaafden langs elkaar en langs alle kanten opgejaagde Japanners die alles doen voor een foto van degenen die boven ons hoofd hun groeten uitvoerden. Daar ik geen mens ben die ideaal te genieten is in grote massa's, heb ik dan ook snel besloten de matsuri achterwege te laten en me terug richting station begeven. Tot mijn grote blijdschap was de grote meerderheid van de groep het met elkaar eens. Volgens Masato is het festival volgende maand in Asakusa veel minder agressief qua drukte, omdat er veel meer oudere mensen aanwezig zijn. Ik denk dat ik het dan toch nog een kans geef.
Traditiegetrouw hebben we met een klein hoopje die-hards de avond afgesloten in een Karaokekan en ik geloof dat ik nu ook weet waar ze Bill Murray zijn solo heeft gezongen...

Als je dacht dat ik hierna een rustige week zou inlassen, was dat even verkeerd. Zondag zou Tomomi, een lieve Japanse die Europese Cultuur en Frans studeert, ons de Shitamachi laten zien. Asakusa is het eerder traditionele en oudere gedeelte van Tokio , bijgevolg ook goedkoper, maar veel gezelliger. Hoewel ik de tempel van Asakusa in het begin van mijn verblijf al gezien had, was ik nog steeds vertederd door de aanblik en zijn we ook verder doorgedrongen in het stadsgedeelte. Met ons middageten nog in de keel begaven we ons om half zes al richting izakaya om daar vriendin Hiromi te ontmoeten voor een nieuwe portie drank en versnaperingen. (dit gebeurt allemaal met Japanse mondjesmate, dus na een drankje worden ze snel rood en een bordje of twee sla zitten de meesten volledig vol, dus je neemt wat ik schrijf best met een korreltje zout) We deden jikoshoukai, uzelf introduceren wat eigenlijk de hele avond duurde. Achteraf ging iedereen tevreden naar zijn huis terug, met menig huiswerk die lag te grijnzen op ons bureau.

Op maandag was het echt wel de bedoeling thuis wat op mijn positieven te komen, maar Naoke en Masato hadden graag 's avonds nog iets gedaan, wat ik dan ook niet afgeslaan heb. Het is aanvankelijk nooit echt duidelijk of ze op voorhand eigenlijk al een idee hebben, maar dat heb ik al vaker gedacht bij Japanners. Ze geven je voortdurend de blijk dat je volledig mag zeggen wat en waar, maar uiteindelijk blijkt meestal dat de weg op voorhand wel al volledig vastlag en dan ook zo tot invulling komt. Maar ik ben een Belg in Japan dus daar kan ik meer dan vrede mee nemen. De avond verlegde zich in het naburig stadje Shimokitazawa, waar de jongens ons Monjayaki en okonomiyaki bereidden in een goedkoop en heel typisch Japans etablissement. Zonder Japanners mee kom je daar waarschijnlijk nooit terecht. (monjayaki is gelijkaardig aan okonomiyaki, een soort omelet met groenten en vlees of vis en saus die je bakt op de plaat in de tafel voor je, en eens gebakken maakt je een cirkel die je opvult met het ei en de saus. Dit lopende geheel probeer je dan in de cirkelrand te bakken. Het duurt echt heel erg lang voor dit bereid is, maar het resultaat is meer dan bevredigend. Ook deze avond hebben we dan weer afgesloten in de karaoke, maar deze keer in gezelschap van een ongelooflijk zangtalent. (hiermee bedoel ik niet Stijn, die ongelooflijk vals maar schitterend Japans heeft gezongen, maar wel Naoke die het Japanse volkslied aandoenlijk goed heeft gezongen)
De dinsdag was een dag die zowaar nog overdonderender was. Ik had eindelijk besloten in welke club ik zou gaan. Een club is een soort groep in de school waar mensen lid van zijn met dezelfde interesse en daaromtrent activiteiten doen. Je hebt de filmclub, dansclub, muziekclub, etc.. Maar ik ben in de kunstclub of bijutsukurabu gegaan. De dinsdagmiddag is hun wekelijks vergaderuur en ik werd meteen meegesleept in de levendige groep van vooral meisjes en enkele jongens in een gezellig lokaaltje vol creativiteit. Je kan er wat je maar wil op jezelf maken, je kan ook dingen gaan kopen en dan betaalt de club je het gerief terug. Ik heb 's namiddags zilveren hangertjes proberen te maken en ga die volgende week woensdag bakken. De mensen ginder waren erg vriendelijk en opnieuw, zoals elke japanner die ik hier blijk te ontmoeten, passen ze gewoon niet in het stereotiep beeld dat ik van een Japanner heb opgebouwd. De baas van de club heet Hiroshi en maakt schitterende foto's. We komen eigenlijk tamelijk goed overeen en hebben de donderdagnamiddag hoeden gepast die leerlingen gemaakt hadden.
Dinsdagavond hebben Jen en ik ons eerste Japanse maal gemaakt voor Ken, die het smakelijk verorberd heeft en ons elk met een okashi bedankte. (jen kreeg Engelse toffee en ik Omochi of ricecake uit fukuoka die je moet mengen met Kuromitsu, de zwarte honing waar ik verlekkerd op ben). Onze maaltijd was dan ook wel een staaltje om fier op te zijn: zalm gemarineerd in teriyakisaus (die we zelf gemaakt hadden), met groentjes (bonen, sojascheuten en wortels) en daarbovenop nasu of aubergine toegeschroeid in soya-gembersaus.

De woensdagavond was mijn eerste kinderlijke avond. Ik had de kans gegrepen om met de Engelse ryuugakusei naar Suidoubashi te gaan naar het jet-coaster park. Dit leek me niet echt een leuk idee, maar toen ik uit het station kwam, doemden midden de wolkenkrabbers unieke jetcoasters op, wat onwaarschijnlijk overkwam. Eens binnen en donker geworden (het was avond toen we daar waren, ik heb ook nog lessen en dergelijke) verlichtten de neons ons hart en kon het uitzicht van op de jetcoaster mij echt wel bekoren. Ik denk dat iedereen die Tokio bezoekt dit moet zien, om met al je zintuigen te ervaren wat dit inhoudt.
Donderdagavond was ik door Stijn uitgenodigd, samen met enkele andere Japanners om naar een concertje te gaan in Shibuya. Rustige experimentele electronische Japanse muziek voor een zeer beperkt publiek. Het was een alternatieve ervaring die de week bijna compleet maakte.
De kers op de taart was toch wel vrijdag! Aangezien het dit weekend sportfestival is in Seijo Universiteit (en nog vier andere universiteiten) is er vrijaf, omdat ik daar als sportieveling niet onmiddellijk aan deelneem. Met enkele Japanners van de Business Eigo Club trokken we naar Disneyland Tokio. Enkele vastgeroeste herinneringen uit mijn kindertijd kwamen steevast naarboven en zouden de rest van de dag hernieuwd en meer dan aangevuld worden. Het was echt af! Net, verzorgd en fantastisch. Elke ziel werd daar naar hartelust verwarmd in een zorgeloze wereld. De drukte ontbrak er natuurlijk niet aan, en Japanners onthalen lange wachtrijen van 80 minuten ook bijzonder enthousiast, maar gelukkig bestaat er iets zoals "fast pass". Dit is een soort pasje dat je op voorhand bij de attractie die je later wilt doen, kunt gaan afhalen en tussen bepaalde tijdstippen dan heel snel voorbij kunt. De meesten weten wel hoe Disneyland in elkaar zit, dus zal ik daar niet zoveel over kwijten, maar toch nog even vertellen dat Space Mountain echt wel de beste attractie was: de simulatie van snelheid in de ruimte voor een massapubliek vond ik bijzonder geslaagd.
Mijn hoofd was te opgejaagd was om de slaap te kunnen vinden, maar uiteindelijk toch een vredige nacht achter de rug.

Oh, ik ben nog vergeten te vermelden dat er woensdagmorgen weer een aardbeving was, maar dit is een onbelangrijk detail.